Het project maakt onderdeel uit van een groot pakket aan maatregelen langs de Maas. Er worden ook zogenaamde ‘natuurvriendelijk oevers’ aangelegd bij Keent, Lage Wyth, Balgoij, Niftrik. Samen levert dit een waterstandsverlaging van circa 80 millimeter op, wat niet gering is. Natuur- en Veiligheidsproject Keent draagt hier 35 millimeter aan bij en is daarmee een erg belangrijk project in deze schakel.
Verder is in 2006 nog het zomerbed tussen de stuw bij Grave en de brug van de snelweg A50 verdiept met 3 meter. Ook in Limburg (Maaswerken) en op andere plaatsen langs de Maas in Brabant worden er maatregelen genomen om zoveel mogelijk water op te vangen bij hoogwaterpieken zoals in 1995.
Neemt de hoeveelheid kwel toe?
Kwel is een natuurlijk fenomeen dat zich overal in het rivierengebied voordoet. Het is grondwater dat via diepere bodemlagen vooral bij hoog water binnendijks omhoog kan komen. De hoeveelheid kan door het opengraven van de Oude Maasarm Keent plaatselijk gering toenemen. Binnendijks bij Overlangel wordt, om extra overlast te voorkomen, een uitgebreid pakket aan maatregelen genomen om de waterafvoer te verbeteren. Ook in normale omstandigheden wordt hierdoor de afwatering verbeterd.
Wordt in de gaten gehouden hoe de hoeveelheid kwel zich ontwikkeld?
Gedurende het hele jaar 2006 zijn grond- en oppervlaktewaterpeilen geregistreerd. Deze gegevens vormen de basis voor de aanleg van de hoogwatergeul.
De nieuwe natuur rond Keent valt grofweg uiteen in vier verschillende typen:
De oude Maasarm: in het relatief ondiepe water voelen veel vissoorten zoals snoek, snoekbaars, karper zich thuis. Deze soorten paaien hier.
Langs de oevers ontwikkelen zich rietkragen en zogenaamde zachthoutooibossen met wilgen. Daarnaast zijn op verschillende plaatsen moerassen in het gebied aanwezig. In de rietkragen leven veel vogels zoals grote en kleine karekiet en de blauwborst.
De plas-drasovergangen van land naar open water herbergen vele plantensoorten l. Op het lagere deel van Keent vinden we zogenaamde stroomdalgraslanden, waar allerlei soorten kruiden, grassen en bloemen in afwisseling staan, al naar gelang de activiteiten van de grote grazers die het gebied begrazen. Daarnaast vinden we in dit drogere deel de hardhoutooibossen, met onder andere eiken, essen en iepen, die hoogstens enkele dagen per jaar met hun voeten in het water zullen staan. Met name dit bostype is zeer zeldzaam in Nederland. Uiteraard ontstaan er door de begrazing allerlei kleine overgangen met zomen en struwelen. Een kleinschalig landschap waarin de das zich thuis voelt. Voor de das zijn er overigens bepaalde foerageergebieden ingericht, waar een landbouwbeheer wordt gevoerd en fruit voor de nodige aanvulling op het menu moeten zorgen en hagen zorgen voor de nodige dekking.
Waarom staan er Schotse Hooglanders en Exmoorpony's in het gebied?
Begin mei 2005 zijn de eerste 20 Schotse Hooglanders losgelaten rond het eiland Keent. Ruim 300 hectare van het gebied wordt straks ‘onderhouden’ door deze grote goedmoedige winterharde grazers. Ze zijn belangrijk omdat ze met hun vraat, bemesting en tred zorgen voor patronen in de vegetatie. Zo ontstaat een afwisselende flora en fauna. Nu lopen er zo'n 200 Schotse Hooglanders. Daarnaast zijn er 50 Exmoorpony’s . De dieren begrazen het gebied het hele jaar door en niet worden bijgevoerd. Wel wordt het welzijn van de dieren gevolgd. Als dat nodig is, wordt er ingegrepen. Tenslotte is er in 2009 een proef gestart om Schotse Hooglanders te kruisen met een oud Italiaans ras, het Maremanna-rund. Stichting Taurus wil hiermee dichterbij het oerrund komen en tegelijk een publieksvriendelijk ras fokken.
Welke diersoorten voelen zich straks in het gebied thuis?
Oude Maasarm Keent vormt straks een ideaal leefgebied voor o.a. de bever, zwarte ooievaar, das, ree, kamsalamander, roerdomp en rivierrombout. Of een aantal soorten er echt gaan leven en wanneer, hangt van meerdere factoren af. De ontwikkelingen in het rivierengebied zorgen ervoor dat natuurgebieden geen eilandjes meer zijn. Hoe meer er gebieden als Oude Maasarm Keent ontstaan - hoe hechter wordt het netwerk. Planten en diersoorten kunnen zich dan makkelijker langs de rivieren verplaatsen. Natuurlijk heeft de natuur in Keent een ontwikkelingstijd nodig. De eerste jaren na de inrichting moet de bodem tot rust komen, de vegetatie moet zich ontwikkelen en geleidelijk ontstaat er structuur. We weten uit vele vergelijkbare projecten dat we daarop kunnen vertrouwen.
Hoe zit het met het leefgebied van de das?
De das voelt zich goed thuis op en rond Keent en houdt hier een geschikt leefgebied. In de graslanden leven voldoende pieren die als voedsel voor de das dienen. In nabijgelegen boomgaarden scharrelt hij zijn kostje bij elkaar. In de oeverwallen heeft hij zijn burcht.
In april 2006 is geïnventariseerd welke wensen bewoners van Keent en de omliggende kernen en recreanten hebben voor de inrichting van het gebied. Vervolgens is op basis van deze wensenlijst bekeken wat wel en wat niet met elkaar kan worden gecombineerd. Eind 2006 zijn hier nog workshops over gehouden.
Niet alles kan. Oude Maasarm Keent wordt een natuurgebied. Intensieve recreatie en gemotoriseerd verkeer passen daar niet bij, maar natuurgerichte recreatie natuurlijk wel. Denk bijvoorbeeld aan wandelen, struinen en fietsen.
Wat gebeurt er met het vliegveldmonument?
Het Vliegveldmonument staat nu aan de Zuidenhoutstraat, in een bloemrijke berm. Het monument wordt op termijn weer langs de Keentse weg geplaatst.
Ik heb een vraag over het project. Aan wie kan ik die stellen?
De projectleiding is in handen van Dienst Landelijk Gebied. Heeft u ideeën of opmerkingen neem dan contact op met de projectleider Rudolph Dieperink van Dienst Landelijk Gebied. Hij is te bereiken via email: keent@minlnv.nl of telefoon: 013 595 05 95.
Wie werken er mee aan Oude Maasarm Keent? Oude Maasarm Keent is een samenwerking tussen Dienst Landelijk Gebied, Rijkswaterstaat Limburg, Brabants Landschap, provincie Noord-Brabant, de gemeente Oss en het waterschap Aa en Maas.
Hoe wordt het project gefinancierd?
De herinrichting van Oude Maasarm Keent wordt gefinancierd door het ministerie van Verkeer & Waterstaat en het ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit. De Europese Unie (Interregionale samenwerking) en de provincie Noord-Brabant verlenen subsidies.